10 juni 2021

Perceptie van risico en rationaliteit ten tijde van COVID19

 Wat is de rechtstreekse impact van een COVID19-besmetting op uw levensverwachting? Alvorens verder te lezen nodig ik u uit om een intuïtief antwoord te formuleren op deze vraag.


Voor ik de vraag zelf beantwoord, wil ik het hebben over Daniel Kahneman, een gevierd onderzoeker op de grens tussen de psychologie en de economie die in 2002 met de Nobelprijs werd gelauwerd. Bij het brede publiek is hij gekend als auteur van het in 2011 verschenen boek getiteld “Ons feilbare denken” (“Thinking, fast and slow”), waarin hij zijn onderzoek en dat van zijn collega’s (in het bijzonder Amos Tversky) zo bevattelijk mogelijk uitlegt. Onderzoek over de manier waarop mensen beslissingen nemen, en onder welke omstandigheden die genomen beslissingen ook goed voor hen zijn.


Wat heeft dit met COVID19 te maken?


De inzichten van Kahneman en collega’s, stellen ons in staat na te gaan in welke mate het heersende publieke sentiment (alsook het beleid) rond de COVID19 pandemie op een rationele leest geschoeid is, dan wel bepaald is door onze eigen cognitieve beperkingen als mens. De relevante concepten die hij ons aanreikt zijn de beschikbaarheidsheuristiek en de beschikbaarheidscascade, WYSIATI, de manier waarop mensen de waarschijnlijkheid van zeldzame gebeurtenissen inschatten, de prospecttheorie, en een begrip van hoe spijt onze beslissingen beïnvloedt. Alle mensen zijn onderhevig aan dergelijke cognitieve beperkingen, onbewust en ongewild, ook u en ik, ook de media, ook onze experts en beleidsmakers, alle goede intenties ten spijt. Ik zal ze een voor een kort bespreken.


De beschikbaarheidsheuristiek is een soort van short-cut die we gebruiken om inschattingen te maken over waarschijnlijkheid van een bepaald feit. De beschikbaarheidsheuristiek vervangt deze moeilijke vraag onbewust door een makkelijkere vraag die we zonder moeite kunnen beantwoorden: kan ik zo meteen een voorbeeld bedenken? Als dat zo is dan achten we de waarschijnlijkheid groter. Of we een voorbeeld kunnen bedenken hangt echter af van veel meer dan enkel de waarschijnlijkheid: opvallende, ingrijpende, of levendige (persoonlijke) gebeurtenissen zullen steviger in ons geheugen verankerd zitten en makkelijker oproepbaar zijn, waardoor we de kans op dergelijke gebeurtenissen als waarschijnlijker zullen aanvoelen dan gerechtvaardigd. Het spreekt voor zich dat bijvoorbeeld de beelden uit Italië uit de eerste en uit Luik uit de tweede COVID19-golf, op ons collectieve netvlies zijn gebrand. Vele andere aangrijpende en levendige beelden en nieuwsberichten zijn gevolgd. Of we dat willen of niet, dergelijke herinneringen zullen onze inschatting van de gevaren van COVID19 vertekenen.


In samenspel met de media kan de beschikbaarheidsheuristiek aanleiding geven tot een beschikbaarheidscascade, waarbij een sterke aandacht voor een bepaald risico leidt tot een overschatting ervan, hetgeen op zijn beurt de media-aandacht versterkt, enzovoort. In de woorden van Kahneman in 2011: “De cyclus wordt soms bewust versneld door ‘beschikbaarheidsondernemers’ -- mensen of organisaties die gebaat zijn bij een onafgebroken stroom van verontrustend nieuws. [...] Wetenschappers en anderen die de toenemende angst en paniek proberen in te dammen, krijgen weinig aandacht en worden beticht van doofpotpraktijken. De kwestie wordt politiek significant omdat iedereen ermee bezig is en de reactie van de politiek door het publieke sentiment wordt gestuurd. [...] Andere risico’s en andere manieren om middelen in te zetten voor het grote goed zijn naar de achtergrond gedrukt.” Al mag de realiteit van COVID19 en de noodzaak tot handelen niet worden ontkend, de vraag dringt zich op of de beschikbaarheidscascade die zich onmiskenbaar afspeelt het debat niet eenzijdig vertekent en de besluitvorming niet vertroebelt.


De beschikbaarheidsheuristiek wordt versterkt door wat Kahneman WYSIATI noemt: “What You See Is All There Is”. Hiermee doelt hij op het feit dat mensen hun eerste oordeel vormen op basis van de onmiddellijk beschikbare informatie, ook al is die bijzonder eenzijdig of onvoldoende conclusief. Jammer genoeg is deze eerste indruk vaak in grote mate bepalend voor onze beslissingen, zelfs al krijgen we naderhand bijkomende informatie die deze eerste indruk ondergraaft. Dit effect is sterker wanneer die beslissingen een kost met zich meebrengen (bijvoorbeeld stringente COVID19-maatregelen): eens die kosten gemaakt zijn is het menselijk om te blijven investeren in die beslissing (hier: de maatregelen langer aan te houden), ook wanneer blijkt uit nieuwe informatie dat het beter zou zijn om dat niet te doen. Economen noemen dit de sunk cost fallacy. Wat betreft COVID19 is onze eerste indruk bepaald door schrijnende beelden uit China en Italië, en de dagelijkse statistieken over het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames, en overlijdens. Nevenschade van maatregelen, daarentegen, zijn noch levendig, noch ingrijpend, noch opvallend, en dus minder ‘beschikbaar’. Bovendien zal die schade zich pas later, verspreid over vele jaren en decennia, echt manifesteren. De mensen die eronder lijden zullen het nieuws nooit halen -- hoogstens worden het statistieken in toekomstige geschiedenisboeken. Het WYSIATI principe zegt dat ons handelen buitenproportioneel bepaald zal worden door die eerste indruk, ten opzichte van de veel minder zichtbare kost van de nevenschade.


Een volgende tekortkoming van de menselijke cognitie is de neiging om zeldzame gebeurtenissen een hoger gewicht te geven dan de waarschijnlijkheid ervan rechtvaardigt. Met andere woorden: zelfs al kent men de kans op overlijden aan een COVID19 infectie, en zelfs al aanvaardt men die als correct, dan nog zal men zijn beslissingen nemen alsof die kans veel groter is dan in werkelijkheid. Het toeschrijven van een te grote gewicht aan kleine kansen is een cruciaal element van Kahneman en Tversky's gevierde prospect theorie, waarmee ze onder meer een verklaring verschaffen voor het feit dat mensen bereid zijn een ongunstige regeling te aanvaarden als ze zich daarmee kunnen indekken tegen een onwaarschijnlijk risico. Een voorbeeld hiervan is het feit dat mensen zich verzekeren tegen risico’s die ze eigenlijk zelf kunnen dragen, en dus puur economisch niet interessant zijn (de verzekeraar maakt immers winst). In het geval van COVID19 zal het ons doen neigen in de richting van een relatief kleine kost (bijvoorbeeld een zekere maar beperkte inperking van onze levensvreugde) teneinde het onwaarschijnlijke risico op ernstige ziekte of overlijden ten gevolge van COVID19 in te perken.


Tenslotte speelt spijt een grote rol bij menselijke besluitvorming. Spijt overvalt mensen wanneer ze zich anders gedragen dan de norm, en dit naderhand verkeerd uitpakt. De norm kan zijn om binnen te blijven op advies van media, politici, en experts, en alles te doen om niet besmet te raken. Het gevoel van spijt dat iemand zal overvallen wanneer die toch besmet zou raken kan dan een dermate sterke drijfveer zijn, dat het rationele afwegingen van het gelopen risico domineert. 


Met andere woorden: het is niet alleen menselijk om de waarschijnlijkheid van de COVID19-risico’s te overschatten, het is evenzeer menselijk om een hoge prijs te willen betalen om dat te hoog ingeschatte risico te willen vermijden. Dit is een perfecte storm die leidt tot de idee dat de COVID19-risico’s koste wat het kost bedwongen moeten worden.


Kahneman wil niet gezegd hebben dat dergelijk gedrag irrationeel is. Emoties als spijt zijn immers menselijk, en spijt vermijden kan dus rationeel zijn. Bovendien is overlijden aan COVID19, hoe klein de kans ook is, geen beperkt risico dat zomaar te dragen valt -- je hebt maar één leven. Zich verzekeren tegen dergelijk ondraaglijk risico door zich aan verregaande voorzorgsmaatregelen te houden is dus niet noodzakelijk irrationeel, ook al is de verzekeringspremie hoog ten opzichte van de waarschijnlijkheid van het risico.


Maar al klopt dit voor een individu, het klopt niet voor het beleid. De maatschappij telt immers vele levens, en dagelijks gaan vele van die levens verloren aan diverse oorzaken -- aan COVID19-infecties, maar vooral ook aan andere oorzaken. Om de juiste afwegingen te maken is het dus belangrijk om alle risico’s, zowel de ernst als de waarschijnlijkheid ervan, correct in te schatten. Zoniet is de kans reëel dat de som van alle verzekeringspremies (de verminderde gezonde levensverwachting en levensvreugde ten gevolge slechtere scholing, welvaartsverlies, psychische problematiek, culturele ontbering, enzomeer) het aantal geredde levensjaren overtreft.


De besluitvorming in een democratie, waar de beleidsmakers zich op regelmatige tijdstippen moeten verantwoorden voor de bevolking, is echter doorgaans een reflectie van het publieke sentiment. Meestal werkt dat goed: de cognitieve beperkingen die Kahneman en collega’s hebben ontdekt en bestudeerd helpen ons doorgaans om snel en zonder al te veel moeite goede intuïtieve beslissingen te nemen. In het geval van COVID19 is het resultaat echter dat het huidige beleid wellicht een veel te hoge prijs wil betalen om dat risico te beperken.


Wat gedaan?


De eerste sleutel is erkenning -- van het feit dat niemand immuun is tegen deze cognitieve beperkingen. De tweede sleutel heet nudge theorie, ontwikkeld door Richard Thaler, een naaste collega van Kahneman. De nudge theorie stelt dat cognitieve beperkingen ook opportuniteiten bieden om menselijk gedrag een gunstige richting uit te sturen, vaak op subtiele manier. Media, TV-experts, en beleidsmakers spelen hier vanzelfsprekend een bepalende rol. Concreet in het geval van COVID19 is het belangrijk om de beschikbaarheidscascade doelbewust te doorbreken. Door de focus te verschuiven van angstporno in de richting van een objectivering van de feiten. Door enerzijds minder aandacht te schenken aan de onmiddellijke en bijzonder tastbare gevolgen van COVID19, en terzelfdertijd de nevenschade van COVID19 maatregelen te objectiveren en te trachten die even tastbaar en aanschouwelijk te maken. Door waarschijnlijkheden en de ernst van risico’s op een intuïtieve manier te communiceren. En tenslotte kan de rol van spijt worden ontzenuwd zonder mensen te bruskeren, door hen niet voor verscheurende keuzes te stellen (“Overtreed ik deze absurde regel of niet?”), maar hen gerust te stellen waar dat gerechtvaardigd is.


Ik ben u nog een antwoord verschuldigd op mijn openingsvraag: mits de nodige verzorging daalt de resterende levensverwachting van een 10-jarige die COVID19 krijgt met gemiddeld ongeveer 1 uur, van een 26-jarige met 1 dag, van een 42-jarige met 1 week, van een 55-jarige met 1 maand, van een 69-jarige met 3 maanden, en van een 95-jarige met 8 maanden. Gemiddeld over de hele Belgische populatie daalt de levensverwachting van iemand die COVID19 krijgt met 5 weken. Of nog: COVID19 heeft in 2020 in België gemiddeld ongeveer 1 week van onze resterende levensverwachting gekost. Als uw persoonlijke inschatting hoger was, dan heb ik mijn punt gemaakt. Om dit even te kaderen: door verbeteringen in de gezondheidszorg en levensomstandigheden is de Belgische levensverwachting gedurende de laatste 30 jaar gestaag met 2 maanden per jaar gestegen.


De cognitieve tekortkomingen die mensen op het verkeerde been zetten wat betreft mortaliteitsrisico’s, maken het hen ook moeilijk de vaccinatierisico’s correct aan te voelen (nevenwerkingen krijgen disproportionele aandacht). Ze vervuilen het debat over de juiste vaccinatiestrategie zoals het interval tussen vaccinatiedosissen en de vraag of mensen met natuurlijke immuniteit best pas laatst worden gevaccineerd (het is makkelijker om zich iemand voor te stellen en de spijt te voelen van iemand die tussen beide dosissen of na een eerdere besmetting toch besmet raakt en overlijdt, dan iemand die besmet raakt en overlijdt omdat die langer op zijn eerste dosis heeft moeten wachten). Ze doen mensen grijpen naar zichtbare maatregelen zoals mondmaskers en excessief handenwassen ook waar en wanneer dat geen nut heeft, terwijl minder zichtbare maatregelen (zoals ventilatie en luchtfilters) veel minder aandacht krijgen. Ze leggen Long-COVID -- zonder enige twijfel een reëel probleem, maar wel één waarvan de ernst en prevalentie nog onduidelijk is -- onder een mentaal vergrootglas.


Natuurlijk is het belangrijk om te zorgen dat de gezondheidszorg niet overbelast wordt, zoniet zou de mortaliteit en morbiditeit dramatisch de hoogte in gaan. Maatregelen waren nodig, en zijn dat nog altijd. Laten we echter vragen aan onze media, experten, en beleidsmakers om alle aspecten van crisissen als de COVID19-pandemie objectief en rationeel te benaderen. Zonder angst of vooringenomenheid, en met de nodige afstand van individuele gevallen, hoe schrijnend die ook zijn. Dat vraagt bijzondere inspanningen, want het druist in tegen de menselijke natuur. Maar alleen op die manier zullen we de juiste maatschappelijke afwegingen en keuzes kunnen maken.